| <
klik op foto voor vergroting >
Zijn werk is onmiskenbaar 'biomorf'. Ik geloof hem niet als hij zegt
'dat zijn vormen niets voorstellen'. Althans: ik geloof hem niet letterlijk.
Natuurlijk gaat het primair om de straling der abstractie. Maar er blijft
dat biomorfe. Gelijk Moore de grotten van Yorkshire -zijn geboorteland-
levenslang met zich meedroeg, heeft Wishaupt de heuvels van Zuid-Limburg
'gegeten'.
Dat klopt ook met zijn primaire voorkeur voor alles dat ronding heeft:
vruchten en vrouwen en de karbonkels van steen die hij in zijn sieraden
opneemt. Er zijn andere zaken die hem langdurig boeien. De schedel van een
dier b.v. (ook dát heeft hij met Moore gemeen). Een brons van zo'n schedel
kijkt mij aan terwijl ik dit schrijf. Het is er een van een serie, want '
iedere vorm die je maakt roept een volgende vorm op'.
Fred van Leeuwen
Januari 1990
(Jef Wishaupt/Wie weet....?, uitgave Stichting Manutius i.sm. Galerie Wolfs) |